ECLI:NL:CRVB:2014:3810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 25-35% ondanks betwisting beperkingen
Appellante maakte bezwaar tegen de vaststelling van haar WAO-uitkering op een mate van arbeidsongeschiktheid van 25-35%, stellende dat haar beperkingen waren toegenomen. De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard en de Raad bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overwoog dat artikel 39a, eerste lid, van de WAO alleen ziet op toename van arbeidsongeschiktheid voortkomend uit dezelfde medische oorzaak. Uit het medisch onderzoek bleek geen toename van de medische beperkingen. De verzekeringsarts had de klachten van appellante, waaronder CVS en COPD, adequaat beoordeeld en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) voldoende gemotiveerd.
De geselecteerde functies werden als medisch geschikt beoordeeld en de arbeidskundige geschiktheid was voldoende onderbouwd. Het beroep op het Verzekeringsgeneeskundige protocol CVS leidde niet tot een andere conclusie. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de WAO-uitkering op 25-35% arbeidsongeschiktheid en wijst het verzoek om schadevergoeding af.