Appellanten zijn sinds 1988 gehuwd en ontvingen een gehuwdenpensioen AOW. Na een mededeling over aparte woonadressen wijzigde de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het pensioen van appellanten naar ongehuwdenpensioen, omdat zij meenden dat appellanten duurzaam gescheiden leefden.
Na een onderzoek met huisbezoek en verklaringen stelde de Svb vast dat appellanten niet duurzaam gescheiden leefden en keerde het gehuwdenpensioen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, wat zij in hoger beroep betwistten met het argument dat zij ieder een eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn.
De Raad overwoog dat duurzaam gescheiden leven meer vereist dan alleen aparte woonadressen; het gaat om het leiden van een eigen leven alsof men niet gehuwd is, met intentie tot blijvende scheiding. Gezien de frequente contacten, gezamenlijke boodschappen, sleutelgebruik en mantelzorgaspecten concludeerde de Raad dat appellanten niet duurzaam gescheiden leefden.
De financiële onafhankelijkheid van appellanten deed hier niet aan af. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.