ECLI:NL:CRVB:2022:1293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging Werkplan als besluit met verplichtingen tot deelname aan Werkfit-traject
Appellant, voormalig medewerker in een rozenkwekerij, ontving een WGA-uitkering op grond van de Wet WIA met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Het UWV stelde op 9 augustus 2017 een Werkplan op waarin appellant verplicht werd deel te nemen aan een Werkfit-traject van 38 uur verspreid over 18 maanden. Bij niet-deelname zouden gevolgen voor zijn uitkering volgen.
Appellant maakte bezwaar tegen het Werkplan, maar dit werd door het UWV ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam wees het beroep van appellant eveneens af, stellende dat het Werkfit-traject binnen zijn mogelijkheden paste en dat medische klachten destijds geen belemmering vormden. Na een hartinfarct in 2017 werd appellant vrijgesteld van het traject.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het Werkplan geen besluit zou zijn omdat het niet gericht is op een zelfstandig rechtsgevolg en dat hij medisch niet in staat was deel te nemen. De Centrale Raad van Beroep verwierp deze argumenten, oordeelde dat het Werkplan wel degelijk een besluit is met concrete verplichtingen en consequenties en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De Raad benadrukte dat het Werkplan helder en ondubbelzinnig is geformuleerd en dat het UWV een maatregel heeft opgelegd wegens het niet meewerken aan de verplichtingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het Werkplan als besluit bevestigd.