ECLI:NL:CRVB:2022:119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na 52 weken ongeschiktheid bevestigd door Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als heftruckchauffeur en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe, die later werd beëindigd omdat hij volgens een arbeidsdeskundige meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen in andere functies.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep de beperkingen en verdiencapaciteit van appellant onderbouwden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen, waaronder paniekstoornis, agorafobie en diabetes, zwaarder moesten worden meegewogen, en dat de functies niet passend waren.
De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende gemotiveerd zijn en dat de door appellant aangevoerde medische informatie en jurisprudentie geen aanleiding geven tot een ander oordeel. De cumulatie van aandoeningen leidt niet tot een verdere urenbeperking en de functies zijn passend.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de beëindiging van de ZW-uitkering per 26 april 2019 bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 26 april 2019.