Uitspraak
21.584 PW, 21/585 PW
OVERWEGINGEN
Zijn de gestorte bedragen aan te merken als middelen waarvan melding had moeten worden gemaakt ?
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen bijstand sinds 2014 en werden onderzocht naar aanleiding van een anonieme melding over zwartwerken. Tijdens het onderzoek werden meerdere stortingen en een bijschrijving op hun bankrekening vastgesteld die niet waren gemeld aan het college. Het college herzag de bijstand en vorderde het bedrag van €780,- terug, en legde een boete van €585,- op wegens schending van de inlichtingenplicht, waarbij recidive werd vastgesteld.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond en oordeelde dat de stortingen als inkomen in aanmerking genomen mochten worden, ook al betoogden appellanten dat het om leningen ging. De rechtbank vond dat appellanten geen bewijs van terugbetalingsverplichtingen hadden geleverd en dat het niet relevant was of het om leningen ging, omdat geldleningen niet zijn uitgezonderd van de middelen waarover bijstandsgerechtigden kunnen beschikken.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat het college buiten zijn bevoegdheid was getreden door ook de stortingen te onderzoeken en dat er geen sprake was van recidive. De Raad verwierp deze gronden en bevestigde dat het college op grond van de Participatiewet bevoegd is om onderzoek te doen naar alle relevante gegevens. De Raad bevestigde ook het oordeel over recidive en de boete, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand en de boete wegens schending van de inlichtingenplicht en recidive.