ECLI:NL:CRVB:2022:111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door CIZ
Het CIZ heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel, maar dit hoger beroep later ingetrokken. Betrokkene verzocht om een proceskostenveroordeling tegen het CIZ. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan in beginsel een proceskostenveroordeling wordt uitgesproken, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen.
Het CIZ voerde aan dat vanwege eerdere uitspraken van de Raad en het feit dat het hoger beroep was ingetrokken, geen proceskostenveroordeling moet volgen. De Raad vond echter geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen en veroordeelde het CIZ tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
De proceskosten werden begroot op €1.518,- voor verleende rechtsbijstand. Reiskosten van de gemachtigde werden niet vergoed omdat betrokkene zelf niet aanwezig was en het Besluit proceskosten bestuursrecht geen vergoeding voor professionele gemachtigden voorziet.
De uitspraak werd gedaan door E.J. Otten, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, op 13 januari 2022.
Uitkomst: Het CIZ wordt veroordeeld tot betaling van €1.518,- aan proceskosten aan betrokkene na intrekking van het hoger beroep.