ECLI:NL:CRVB:2022:110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door bestuursorgaan
Het CIZ heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel, maar heeft dit hoger beroep later ingetrokken. Betrokkene verzocht vervolgens om proceskostenvergoeding. De Centrale Raad van Beroep heeft overwogen dat bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, een proceskostenveroordeling in beginsel wordt uitgesproken, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen.
Het CIZ stelde dat vanwege eerdere uitspraken van de Raad een proceskostenveroordeling achterwege moest blijven, maar de Raad vond geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. Daarom veroordeelde de Raad het CIZ tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, begroot op €1.518,- voor verleende rechtsbijstand.
Reiskosten van de gemachtigde kwamen niet voor vergoeding in aanmerking omdat betrokkene zelf niet bij de zitting aanwezig was en het Besluit proceskosten bestuursrecht geen vergoeding voor professionele gemachtigden voorziet. De uitspraak werd gedaan door rechter E.J. Otten, met griffier K.R. van Renswoude, op 13 januari 2022.
Uitkomst: Het CIZ wordt veroordeeld tot betaling van €1.518,- aan proceskosten van betrokkene.