ECLI:NL:CRVB:2022:109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door CIZ
De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep van het CIZ tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. Het CIZ trok het hoger beroep in tijdens de zitting van 15 september 2021. Betrokkene verzocht om veroordeling van het CIZ in de proceskosten.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:118 Awb Pro het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. Hoewel het CIZ stelde dat vanwege eerdere uitspraken van de Raad een proceskostenveroordeling achterwege moest blijven, vond de Raad geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.
De Raad veroordeelde het CIZ daarom tot betaling van de proceskosten van betrokkene, begroot op € 1.518,- voor verleende rechtsbijstand. Reiskosten van de gemachtigde kwamen niet voor vergoeding in aanmerking omdat betrokkene zelf niet aanwezig was en het Besluit proceskosten bestuursrecht dit niet voorziet.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter E.J. Otten op 13 januari 2022.
Uitkomst: Het CIZ wordt veroordeeld tot betaling van € 1.518,- aan proceskosten aan betrokkene.