ECLI:NL:CRVB:2022:1077
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat bestuursrechter beslag op ouderdomspensioen niet mag toetsen
Appellante ontving sinds 2017 een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet. In 2019 werd zij geïnformeerd dat GGN Mastering Credit beslag had gelegd op haar pensioen, waardoor zij een lager bedrag ontving. De Sociale verzekeringsbank (Svb) verklaarde het bezwaar tegen deze beslaglegging ongegrond. De rechtbank Limburg oordeelde dat de bestuursrechter niet bevoegd is om de rechtmatigheid van het beslag te beoordelen en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen dat het beslag onrechtmatig was gelegd. De Centrale Raad van Beroep verwijst naar vaste rechtspraak dat bezwaren tegen beslag moeten worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter en dat de Svb als derdenbeslagene noch de bestuursrechter de geldigheid van het beslag mogen toetsen. De toetsing van de bestuursrechter beperkt zich tot de vraag of het bestuursorgaan binnen het kader van het beslag is gebleven bij het nemen van de betalingsbeslissing.
De Raad concludeert dat de Svb de rechtspraak correct heeft toegepast en dat de beroepsgrond dat het beslag onrechtmatig is, niet slaagt omdat de rechtmatigheid van het beslag niet in deze bestuursrechtelijke procedure beoordeeld kan worden. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de bestuursrechter niet bevoegd is de rechtmatigheid van het beslag te toetsen en wijst het hoger beroep af.