ECLI:NL:RBDHA:2023:21639
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen inhouding op ouderdomspensioen wegens derdenbeslag
Eiser maakt bezwaar tegen de inhouding van een bedrag van € 524,07 op zijn ouderdomspensioen op grond van de AOW, vanwege een loonbeslag gelegd door een gerechtsdeurwaarder. Hij stelt dat het ingehouden bedrag te hoog is en dat hierdoor een te groot bedrag aan de schuldeiser is betaald. Verweerder, de Sociale verzekeringsbank, stelt dat hij verplicht is het beslag uit te voeren en dat alleen de burgerlijke rechter bevoegd is om de rechtmatigheid van het beslag te beoordelen.
De rechtbank bevestigt dat volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep bezwaren tegen het beslag zelf voor de burgerlijke rechter zijn en dat de bestuursrechter zich moet beperken tot de vraag of verweerder binnen het kader van het beslag is gebleven bij zijn beslissing. De rechtbank oordeelt dat verweerder het beslag correct heeft toegepast en dat het beroep daarom ongegrond is.
Eiser krijgt geen gelijk, zijn beroep wordt afgewezen en hij krijgt zijn griffierecht niet terug. Ook worden geen proceskosten aan verweerder toegekend. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 20 december 2023 en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de inhouding op het ouderdomspensioen wegens derdenbeslag wordt ongegrond verklaard.