ECLI:NL:CRVB:2021:954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet-melding bijschrijvingen bankrekening
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en vroeg een individuele inkomenstoeslag aan. Het college ontdekte bijschrijvingen op zijn bankrekening afkomstig van zijn broer, die appellant niet had gemeld. Deze bedragen werden als inkomen aangemerkt, waardoor appellant ten onrechte bijstand ontving en de toeslag werd afgewezen.
Appellant voerde aan dat de bijschrijvingen niet gemeld hoefden te worden omdat het bedrag onder de vrijstellingsgrens viel, de bedragen geoormerkt waren voor aanschaf van goederen en het leningen betrof die hij had terugbetaald. De Raad verwierp deze argumenten omdat bijschrijvingen in principe als middelen gelden, leningen niet zijn uitgezonderd en appellant vrij over de bedragen kon beschikken.
De Raad oordeelde dat de situatie niet gelijkgesteld kan worden met een periode zonder bijstand waarin leningen noodzakelijk zijn voor levensonderhoud. Het hoger beroep slaagt niet en de eerdere uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van bijstand worden bevestigd.