ECLI:NL:CRVB:2021:942
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet tijdig aanleveren bankafschriften
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd verzocht bankafschriften te overleggen. Ondanks meerdere aanmaningen en een opschortingsbesluit leverde appellant de gevraagde stukken niet binnen de gestelde termijnen aan.
Het college van burgemeester en wethouders van Katwijk trok daarom de bijstand met ingang van 3 juni 2019 in. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet binnen de hersteltermijn over de afschriften kon beschikken en dat hij alle redelijkerwijs beschikbare gegevens had verstrekt.
De Raad oordeelde dat appellant zijn stellingen onvoldoende had onderbouwd en dat hij verwijtbaar tekort was geschoten in het tijdig aanleveren van de gegevens. Ook het beroep op zeer dringende redenen om af te zien van intrekking faalde. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet tijdig aanleveren van bankafschriften wordt bevestigd.