ECLI:NL:CRVB:2021:862
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellante, voormalig stationsbeheerder, ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding wegens gynaecologische klachten. Het UWV beëindigde haar uitkering op grond van het oordeel dat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen met geselecteerde functies. Appellante voerde bezwaar aan tegen deze besluiten en stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zij niet in staat was de functies uit te oefenen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen van appellante ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij rekening was gehouden met medische gegevens en klachten. De geselecteerde functies werden als passend beoordeeld. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraken van de rechtbank. De Raad oordeelt dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellante geschikt is voor de geselecteerde functies en dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd. De Raad vindt geen aanleiding om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek of de geschiktheid van de functies, ook niet na overlegging van aanvullende medische informatie.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de Ziektewetuitkering van appellante heeft beëindigd.