ECLI:NL:CRVB:2021:828
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.J.M. Weyers
- J.T.H. Zimmerman
- F.M. Rijnbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering Ziektewetuitkering na ontslag op staande voet wegens verduistering
Appellante was sinds 2015 in dienst als administratief medewerkster en meldde zich ziek met zwangerschapsklachten in 2017. Op 3 januari 2018 werd zij op staande voet ontslagen wegens verduistering van een groot geldbedrag om haar koopverslaving te financieren. Het UWV weigerde daarop een Ziektewetuitkering toe te kennen, omdat appellante zich niet tegen het ontslag had verzet en dit als benadeling werd aangemerkt.
Appellante maakte bezwaar en het geschil kwam uiteindelijk bij de Centrale Raad van Beroep. De verzekeringsarts achtte het onwaarschijnlijk maar niet uitgesloten dat het gedrag dat tot het ontslag leidde voortkwam uit ziekte. De Raad oordeelde echter dat appellante niet benadeelde in de zin van artikel 45, zevende lid, ZW, omdat het ontslag op staande voet gegrond was gezien de ernst en omvang van de verduistering.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond had verklaard en het UWV-besluit handhaafde. Het UWV werd opgedragen opnieuw te beslissen over de ziekmelding van 9 januari 2018. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Deze uitspraak benadrukt dat het niet voeren van verweer tegen een terecht ontslag op staande voet wegens ernstig verwijtbaar gedrag niet automatisch leidt tot benadeling in de zin van de Ziektewet.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het UWV-besluit tot weigering van de Ziektewetuitkering wordt vernietigd.