Uitspraak
19.803 AOW
14 januari 2019, 18/1590 (aangevallen uitspraak)
.
.
OVERWEGINGEN
.Zij levert hem in verband met ziekte (mantel)zorg. De mate van mantelzorg is op dit moment aanzienlijk afgebouwd.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, gehuwd sinds 1975, verklaarde sinds 1992 duurzaam gescheiden te leven van zijn echtgenote die in België woont. Naar aanleiding van een tip startte de Sociale Verzekeringsbank (Svb) een onderzoek, inclusief een huisbezoek op 25 januari 2018, waarbij appellant diverse verklaringen en formulieren ondertekende.
De Svb herzag het AOW-pensioen van appellant met ingang van mei 2015 naar de gehuwdennorm en vorderde terugbetaling van te veel ontvangen pensioen. Na bezwaar stelde de Svb het herzieningsmoment uit tot maart 2018. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat geen duurzaam gescheiden leven bestond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het huisbezoek onrechtmatig was en dat hij onder dwang formulieren had ondertekend. Ook stelde hij dat de rechtbank onjuiste feiten had gebruikt, zoals verklaringen van buren, en dat het contact met zijn echtgenote vooral mantelzorg was.
De Raad oordeelde dat er voldoende grond was voor het huisbezoek en dat appellant expliciete toestemming had gegeven. De stelling van dwang was niet aannemelijk gemaakt. Uit feiten en omstandigheden, waaronder de mantelzorg, gezamenlijke administratie en aanwezigheid van de echtgenote in de woning, bleek geen duurzaam gescheiden leven. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de herziening van het AOW-pensioen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen duurzaam gescheiden leven voert en het AOW-pensioen terecht is herzien naar de gehuwdennorm.