ECLI:NL:CRVB:2021:767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering terecht vanwege geschiktheid voor functie medewerker claimbehandeling D
Appellante was werkzaam als administratief medewerker en meldde zich meerdere malen ziek, waarbij zij een ZW-uitkering ontving. Het UWV stelde vast dat zij per 29 augustus 2018 geschikt was voor haar eigen werk, namelijk de functie medewerker claimbehandeling D, en beëindigde haar ZW-uitkering. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het UWV het resultaat van een geplande MRI-scan niet had afgewacht.
In hoger beroep stelde appellante dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat zij mogelijk de ziekte van Bechterew had. Het UWV voerde aan dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de MRI-scan geen aanleiding gaf tot extra beperkingen. De Raad oordeelde dat het niet afwachten van de MRI-scan niet onzorgvuldig was, omdat de verzekeringsarts de beperkingen adequaat had vastgesteld.
De Raad concludeerde dat appellante geschikt was voor de functie medewerker claimbehandeling D en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Het beroep tegen het besluit van het UWV werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering wordt bevestigd.