ECLI:NL:CRVB:2019:268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling bevestigd
Appellant, voormalig heftruckchauffeur, meldde zich op 3 april 2015 ziek met lichamelijke en psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars beoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerde het Uwv dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met eenvoudige en routinematige werkzaamheden. Op basis hiervan werd de uitkering per 13 mei 2016 beëindigd.
Appellant maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, stellende dat zijn beperkingen werden onderschat en dat zijn klachten waren toegenomen. Hij overhandigde aanvullende medische informatie, waaronder rapporten van Indigo Midden-Nederland en zijn fysiotherapeut. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was en dat er geen twijfel bestond over de medische beoordeling.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank. De Raad stelde vast dat de verzekeringsartsen het dossier grondig hadden bestudeerd, inclusief eerdere medische informatie, en dat de beperkingen passend waren vastgesteld. De Raad benadrukte dat verschillende diagnoses niet automatisch leiden tot andere arbeidsbeperkingen en dat de aanvullende informatie onvoldoende aanleiding gaf tot twijfel aan de medische beoordeling.
De Raad concludeerde dat het Uwv voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren voor appellant en dat de uitkering terecht was beëindigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het Uwv de Ziektewetuitkering terecht heeft beëindigd.