ECLI:NL:CRVB:2021:742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indeling functie in salarisschaal 10 na functiewaardering UMCG
Appellante, werkzaam bij het Universitair Medisch Centrum Groningen, maakte bezwaar tegen de inschaling van haar functie in salarisschaal 10 en vorderde een hogere waardering op basis van haar feitelijke werkzaamheden. De raad van bestuur had haar functie gewaardeerd volgens het FUWAVAZ-systeem en niet als normfunctie PA11, omdat zij geen wetenschappelijk onderzoek verricht zoals vereist voor die normfunctie.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de raad van bestuur de functiebeschrijving onvoldoende had vastgesteld, waarna een nieuwe functiebeschrijving en waardering volgden. De Raad bevestigde in eerdere uitspraken dat de functiebeschrijving van 28 november 2017 een juiste weergave is van de werkzaamheden van appellante.
In dit hoger beroep stond de waardering van kenmerk 4 (aanpak van werkzaamheden) centraal. Appellante stelde dat zij een hogere score verdiende, wat zou leiden tot een hogere salarisschaal. De Raad oordeelde echter dat de werkzaamheden van appellante niet de mate van inventiviteit en wetenschappelijk onderzoek bevatten die vereist is voor een hogere score en dat de huidige waardering van drie punten passend is.
De Raad concludeert dat de indeling in salarisschaal 10 terecht is en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de functie van appellante terecht is ingedeeld in salarisschaal 10.