Uitspraak
19 2191 TW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
€ 2.187,16, omdat hij de inlichtingenplicht heeft geschonden door het Uwv niet in kennis te stellen van de door hem en zijn partner verrichte werkzaamheden.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving vanaf 1 januari 2013 een uitkering op grond van de Wet WIA en vroeg toeslag aan op grond van de Toeslagenwet. Het Uwv stelde vast dat appellant en zijn partner werkzaamheden verrichtten zonder dit te melden, waardoor toeslag onterecht werd toegekend.
Het Uwv verlaagde de toeslag over de periode van augustus 2014 tot mei 2018, vorderde onverschuldigd betaalde toeslag terug en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant redelijkerwijs had moeten weten dat hij inkomsten moest melden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet wist dat hij wijzigingen moest doorgeven en dat zijn beperkte taalbeheersing en gezondheid hem verhinderden zijn belangen te behartigen. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden en dat het Uwv terecht toeslag heeft herzien en een boete heeft opgelegd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de toeslag en de oplegging van een boete wegens schending van de inlichtingenplicht.