ECLI:NL:CRVB:2021:663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing laattijdige Wajong-uitkering wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid op 18-jarige leeftijd
Appellant diende in 2017 een laattijdige aanvraag in voor een Wajong-uitkering, die door het UWV werd afgewezen vanwege het ontbreken van voldoende gegevens over zijn arbeidsongeschiktheid op 18-jarige leeftijd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de beperkingen door een ontwikkelingsstoornis reeds aanwezig waren op die leeftijd, maar dat er onvoldoende bewijs was voor beperkingen door slaapapneu.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) de beperkingen onderschatte en dat ook de gevolgen van slaapapneu reeds op jonge leeftijd aanwezig waren. Tevens verzocht hij om benoeming van een onafhankelijke deskundige, verwijzend naar het Korošec-arrest. De Raad oordeelde dat de aangeleverde medische gegevens uit 1985 geen aanleiding geven de FML aan te passen en dat er geen bewijs is dat de slaapapneu-beperkingen op 18-jarige leeftijd bestonden.
De Raad verwierp het beroep op het Korošec-arrest en concludeerde dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om medische informatie in te brengen. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en het UWV dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering op basis van arbeidsongeschiktheid op 18-jarige leeftijd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-aanvraag bevestigd.