ECLI:NL:CRVB:2021:654
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toeslag en boete wegens schending inlichtingenplicht
Appellante ontving sinds 2003 een WAO-uitkering met toeslag op grond van de Toeslagenwet. Uit onderzoek bleek dat zij tussen 2009 en 2016 niet woonde op het opgegeven adres, zonder dat haar daadwerkelijke verblijfplaats kon worden vastgesteld. Het UWV trok daarom de toeslag in, vorderde onverschuldigde betalingen terug en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de intrekking, terugvordering en boete terecht waren opgelegd. Appellante voerde in hoger beroep geen nieuwe gronden aan om af te zien van deze maatregelen, noch werd aangetoond dat het melden van haar verblijfplaats onveilig zou zijn geweest.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank volledig, bevestigde de evenredigheid van de boete van €40,- en verwierp het hoger beroep. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 24 maart 2021.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de toeslag, terugvordering en boeteoplegging wegens schending van de inlichtingenplicht.