Uitspraak
19.5313 ZW
OVERWEGINGEN
3 juli 2017 in aanmerking gebracht voor ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW).
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatst werkzaam als cateringmedewerker, meldde zich ziek met lichamelijke klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij per 30 april 2018 in staat was tot de maatgevende arbeid en beëindigde het ziekengeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar beperkingen en dat de toekenning van een Wmo-voorziening iets zei over haar mogelijkheden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gronden in hoger beroep een herhaling waren van eerdere bezwaren en dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De toekenning van een Wmo-voorziening leidt niet tot een ander oordeel omdat een ander beoordelingskader geldt. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van het ziekengeld per 30 april 2018 bevestigd.