ECLI:NL:CRVB:2021:3275
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- W.F. Claessens
- M. Schneider
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering ten onrechte betaalde bijstand en verrekening met nabetaling
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand, welke later werd ingetrokken vanwege het ontbreken van een geldige verblijfstitel. Na een periode zonder bijstand werd haar vanaf 2016 opnieuw bijstand toegekend onder de Participatiewet, waarbij alimentatie werd verrekend. De rechtbank bepaalde dat de alimentatie op nihil moest worden gesteld, waarna het college een nabetaling deed die later werd ingetrokken.
Het college vorderde vervolgens de ten onrechte betaalde bijstand terug en verrekende deze met de nabetaling. Appellante stelde dat de terugvordering onrechtmatig was vanwege de toepasselijkheid van verschillende wettelijke regelingen en het ontbreken van een terugvorderingsbesluit bij de verrekening. Ook voerde zij aan dat dringende redenen zich voordeden om van terugvordering af te zien.
De Raad oordeelde dat overgangsrecht de bevoegdheid van het college tot terugvordering onder de Participatiewet bevestigt, dat het college niet onrechtmatig handelde door later alsnog een terugvorderingsbesluit te nemen en dat de overeengekomen schikking dit rechtvaardigt. Dringende redenen werden niet aannemelijk gemaakt omdat de terugvordering betrekking had op een latere periode dan de door appellante aangevoerde moeilijke omstandigheden.
Daarmee werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering en verrekening van ten onrechte betaalde bijstand bevestigd.