ECLI:NL:CRVB:2021:3155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken hoofdverblijf op opgegeven adres
Appellant diende een aanvraag om bijstand in met een opgegeven woonadres. Het college weigerde de aanvraag omdat het hoofdverblijf van appellant niet op dat adres zou zijn, mede gebaseerd op een extreem laag waterverbruik dat wijst op onbewoning.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. De Raad stelde vast dat een waterverbruik van slechts 1 m³ in ruim acht maanden extreem laag is en de veronderstelling rechtvaardigt dat de woning niet wordt bewoond. Appellant slaagde er niet in het tegendeel aannemelijk te maken, ondanks zijn stelling dat hij vaak elders verbleef uit kostenoverwegingen.
De Raad verwierp ook het verweer dat het college onterecht uitweek naar een andere afwijzingsgrond en dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar het hoofdverblijf. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht afgewezen wegens het ontbreken van hoofdverblijf op het opgegeven adres.