ECLI:NL:CRVB:2021:3068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken om wraking van behandelend rechter in hoger beroep sociale zekerheidszaken
Verzoekers hebben in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om wraking van de behandelend rechter vanwege diens betrokkenheid bij een eerdere onwelgevallige uitspraak.
De Raad heeft overwogen dat een wrakingsgrond moet zijn gebaseerd op feiten of omstandigheden die wijzen op vooringenomenheid van de rechter. Er geldt een vermoeden van onpartijdigheid dat alleen bij uitzonderlijke omstandigheden kan worden doorbroken.
Het enkele feit dat de rechter eerder een onwelgevallige uitspraak deed, vormt geen reden om aan onpartijdigheid te twijfelen. Verzoekers hebben geen concrete aanwijzingen aangevoerd die het vermoeden van onpartijdigheid ontkrachten.
Daarom zijn de verzoeken om wraking afgewezen. Tevens is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
De beslissing is op 6 december 2021 door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verzoeken om wraking van de behandelend rechter worden afgewezen wegens ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.