ECLI:NL:CRVB:2021:3025
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WIA-uitkeringsbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het UWV om herziening van een besluit uit 2014 waarin een WIA-uitkering werd geweigerd. Het verzoek was gebaseerd op vermeende nieuwe feiten en een verslechtering van de gezondheidstoestand, onderbouwd met medische rapporten van Riagg Rijnmond en i-Psy.
Het UWV weigerde terug te komen op het eerdere besluit en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit oordeel en stelde dat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die herziening rechtvaardigen. Ook was er geen sprake van een Amber-situatie die een toename van beperkingen zou betekenen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de medische informatie niet zorgvuldig was gewogen en dat er sprake was van een ernstige recidiverende depressieve stoornis. De Centrale Raad van Beroep volgde echter het oordeel van de rechtbank en het UWV. De Raad oordeelde dat de medische gegevens al waren betrokken bij eerdere beoordelingen en dat het besluit niet evident onredelijk was.
De Raad concludeerde dat het verzoek om herziening niet voldeed aan de criteria van artikel 4:6 Awb Pro en dat de weigering van het UWV terecht was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om niet terug te komen op het eerdere WIA-besluit wordt bevestigd.