Uitspraak
19 5378 WW, 20/1231 WW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant had meerdere WW-uitkeringen toegekend gekregen vanwege het wegvallen van werkzaamheden bij verschillende werkgevers. Door werkhervatting en het bereiken van maximale uitkeringsduur zijn de verschillende rechten aangepast en beëindigd.
Het UWV had de uitkeringen gekort op basis van het aantal gewerkte uren en stelde dat vanaf 7 maart 2018 nog slechts recht op 11 uur WW-uitkering bestond, die niet werd uitbetaald omdat appellant 40 uur per week werkte. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde onder meer dat het UWV onterecht uren had gekort en dat het bestuursorgaan geen nieuw besluit mocht nemen tijdens het hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht de uitkering had gekort en dat het bestuursorgaan bevoegd was om een nieuw besluit te nemen ondanks het lopende hoger beroep. De motivering van het besluit was aanvankelijk onvoldoende, maar dit gebrek werd gepasseerd omdat appellant hierdoor niet werd benadeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.