ECLI:NL:CRVB:2021:2914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke aanstelling vanwege niet behalen onderwijsbevoegdheid
Appellant was van 1 augustus 2017 tot 31 juli 2019 tijdelijk bij de stichting werkzaam als [functie] zonder onderwijsbevoegdheid. In een studieovereenkomst was vastgelegd dat bij het behalen van de bevoegdheid voor 1 april 2019 en een positieve beoordeling de aanstelling zou worden omgezet in een vaste aanstelling, anders eindigde de arbeidsovereenkomst per 31 juli 2019.
De stichting besloot op 1 april 2019 dat de tijdelijke aanstelling niet werd voortgezet omdat appellant zijn onderwijsbevoegdheid niet had behaald. Appellant behaalde deze bevoegdheid pas op 31 juli 2019 en verzocht daarna om een vaste aanstelling, waarop de stichting afwijzend reageerde. Appellant stelde beroep in tegen het besluit en tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit ongegrond en tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het besluit om de aanstelling niet voort te zetten niet onzorgvuldig is genomen en dat het e-mailbericht van 9 september 2019 als besluit moet worden aangemerkt. Omdat appellant bewust geen bezwaar maakte tegen dit bericht, is het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De tijdelijke aanstelling eindigde rechtsgeldig per 1 augustus 2019 en het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk verklaard.