ECLI:NL:CRVB:2021:2864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering na inhoudelijke medische beoordeling
Appellant, voormalig administratief medewerker, viel in 2010 uit wegens vermoeidheids- en psychische klachten. Het UWV weigerde hem vanaf 2012 een WIA-uitkering toe te kennen wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na een verzoek tot herziening in 2017 en een nieuw medisch onderzoek in 2018 handhaafde het UWV dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het rapport van psychiater Mutsaers centraal stond, die concludeerde dat psychische factoren de klachten verklaren.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het advies van de Gezondheidsraad over ME/CVS en informatie van een cardiologe aanleiding moesten zijn voor een ander oordeel. De Raad overwoog dat deze algemene adviezen niet op zijn individuele situatie van toepassing zijn en dat appellant geen concrete medische gegevens had aangeleverd die het eerdere oordeel weerleggen.
De Raad onderschreef de eerdere overwegingen en concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering wordt bevestigd.