ECLI:NL:CRVB:2021:2802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bedrijfskapitaal TOZO wegens ontbreken bedrijfslasten
Appellant diende op 10 april 2020 een aanvraag in voor bedrijfskapitaal op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO). Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag bij besluit van 8 juli 2020 af, een beslissing die bij bezwaar van 3 augustus 2020 werd gehandhaafd. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat appellant niet had aangetoond dat hij bedrijfslasten had waarvoor een bedrijfskrediet zou kunnen worden verstrekt.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel degelijk bedrijfslasten had, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bewijslast bij appellant ligt om aan te tonen dat hij voldoet aan de voorwaarden voor toekenning van het bedrijfskrediet. Omdat appellant hierin niet slaagde, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 oktober 2021.
Uitkomst: De aanvraag voor bedrijfskapitaal TOZO wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bedrijfslasten heeft.