ECLI:NL:CRVB:2021:2791
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering TOZO-voorschot wegens pensioengerechtigde leeftijd
Appellant diende op 25 maart 2020 een aanvraag in voor tijdelijke inkomensondersteuning (TOZO) en ontving op 30 maart 2020 een voorschot van €1.000,-. Later werd de aanvraag afgewezen omdat appellant de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt. Het algemeen bestuur vorderde het voorschot terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep.
De Raad overweegt dat het voorschot niet als een toezegging mag worden gezien waaruit appellant mocht afleiden dat het voorschot niet zou worden teruggevorderd. Bovendien was het algemeen bestuur bevoegd het voorschot terug te vorderen omdat appellant geen recht had op bijstand volgens de Tozo-regeling. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet, mede omdat appellant geen navraag heeft gedaan over het voorschot en de regeling pas later een leeftijdsgrens bevatte.
De Raad benadrukt dat het algemeen bestuur bewust snel voorschotten verstrekte om zelfstandigen financieel te ondersteunen, met de mogelijkheid tot terugvordering indien achteraf bleek dat geen recht bestond. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het TOZO-voorschot omdat appellant de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en geen recht op bijstand heeft.