ECLI:NL:CRVB:2021:276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WAZ-uitkering wegens ontbreken 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid
Appellant, een voormalig zelfstandig valutahandelaar, vroeg een WAZ-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid door psychische klachten vanaf oktober 1997. Na een onderzoek in 1998 concludeerde een verzekeringsarts dat appellant geschikt was voor zijn werk en niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest.
Appellant diende in 2015 een nieuwe aanvraag in, die werd afgewezen omdat onvoldoende medische gegevens aanwezig waren om de vereiste onafgebroken arbeidsongeschiktheid aan te tonen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij zij de medische rapporten en het feit dat appellant zijn werk vanaf augustus 1998 hervatte, meewoog.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel arbeidsongeschikt was en overhandigde aanvullende medische en financiële gegevens. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat deze gegevens onvoldoende bewijs boden dat appellant gedurende de relevante periode onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest. De eerdere conclusies van de verzekeringsarts en de rechtbank werden bevestigd, en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De WAZ-uitkering wordt geweigerd omdat appellant niet heeft aangetoond 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt te zijn geweest.