ECLI:NL:CRVB:2021:2713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid medisch onderzoek voor arbeidsinschakeling bij bijstandsgerechtigde
Appellant ontvangt langdurig bijstand en verricht vrijwilligerswerk. Het college heeft hem in 2014 ontheven van enkele arbeidsverplichtingen, maar niet van de verplichting tot medewerking aan een onderzoek naar arbeidsinschakeling. In 2019 kondigde het college een herbeoordeling van zijn medische belastbaarheid aan via een brief, waarna appellant bezwaar maakte dat niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank oordeelde dat de brief een besluit in de zin van de Awb is en dat appellant verplicht is mee te werken aan het medisch onderzoek, omdat dit een concrete invulling is van de wettelijke verplichting tot arbeidsinschakeling. Het college heeft gemotiveerd dat het onderzoek noodzakelijk is vanwege het ontbreken van rapportages over de eerdere ontheffing en dat het onderzoek maatwerk is.
Appellant voerde in hoger beroep onder meer aan dat het onderzoek ingegeven zou zijn door bezuinigingen, dat hij bijna pensioenleeftijd heeft en dat het onderzoek een disproportionele inbreuk op zijn privéleven vormt. De Raad verwierp deze gronden, bevestigde de proportionaliteit en subsidiariteit van de inbreuk en oordeelde dat het college bevoegd is het onderzoek te laten verrichten. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat het medisch onderzoek rechtmatig is.