Uitspraak
19 4303 PW
4 oktober 2019, 19/2349 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
€ 356,57 is verhoogd.
€ 658,97 is verhoogd.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt aanvullende bijstand en werkte deeltijd met contant salaris. Tijdens een rechtmatigheidsonderzoek werden bijschrijvingen op haar bankrekening geconstateerd die niet waren gemeld. Het college herzag de bijstand en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellante voerde aan dat zij niet wist dat zij deze bijschrijvingen moest melden omdat het college haar hierover niet had geïnformeerd. De Raad oordeelde dat de inlichtingenverplichting objectief is en dat appellante redelijkerwijs had moeten begrijpen dat deze bijschrijvingen van invloed zijn op het recht op bijstand.
De Raad bevestigde dat bedragen van derden op de bankrekening als inkomen moeten worden beschouwd en dat het college terecht de bijstand heeft verminderd en de boete heeft opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de bijstand en boete worden bevestigd.