Uitspraak
20.2084 WSF, 20/3040 WSF
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een geschil over de toekenning en het verbruik van een reisvoorziening in het kader van studiefinanciering over de maanden april en mei 2019. De minister had op 17 maart 2019 studiefinanciering toegekend, inclusief een reisvoorziening, welke per juni 2019 werd beëindigd. Appellant maakte bezwaar tegen de toekenning over april en mei 2019. De minister verklaarde het bezwaar tegen het besluit van 7 juli 2019 niet-ontvankelijk omdat dat besluit geen wijziging bracht voor de maanden april en mei 2019.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar tegen het besluit van 7 juli 2019 ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en verklaarde het bezwaar ongegrond. De minister stelde incidenteel hoger beroep in, stellende dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was omdat het besluit van 7 juli 2019 geen besluit bevatte over april en mei 2019.
De Raad oordeelt dat het besluit van 7 juli 2019 inderdaad geen besluit bevat over de maanden april en mei 2019 en dat bezwaar daartegen niet mogelijk is. Het incidenteel hoger beroep slaagt, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het besluit van 7 juli 2019 geen besluit bevat over de reisvoorziening in april en mei 2019.