ECLI:NL:CRVB:2021:2423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek ouderdomspensioen samenwonendenregeling
Appellant ontvangt een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) en heeft in 2018 gemeld samen te gaan wonen met een partner die geen Nederlands pensioen heeft opgebouwd. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wijzigde daarop het pensioen naar het gehuwde tarief. Appellant verzocht in 2020 om herziening van dit besluit, stellende dat zijn partner geen AOW ontvangt en daarom het ongehuwde tarief zou moeten gelden. De Svb wees dit verzoek af wegens gebrek aan nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die herziening rechtvaardigen. De samenwonendenregeling is gebaseerd op het voeren van een gezamenlijke huishouding, ongeacht of beide partners AOW ontvangen.
De Raad benadrukt dat de wetgever het recht op ouderdomspensioen heeft geïndividualiseerd, maar dat de leefsituatie invloed kan hebben op de uitkering. De stelling van appellant dat de regeling alleen geldt als beide samenwonenden AOW ontvangen, volgt niet uit de wet. Er is geen grond voor wijziging van het pensioen en geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het herzieningsverzoek en verklaart het beroep ongegrond.