ECLI:NL:CRVB:2021:2418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens ontbreken causaal verband bij afwijzing bijstandsaanvraag
Appellant diende in mei 2012 een aanvraag om bijstand in nadat zijn WW-uitkering was afgewezen. Het college wees de aanvraag in juli 2012 af omdat appellant voldoende middelen had, waaronder een schriftelijke verklaring van zijn vader die in zijn levensonderhoud zou voorzien. Later werd bijstand alsnog toegekend met terugwerkende kracht en wettelijke rente.
Appellant verzocht in oktober 2015 om schadevergoeding wegens betalingsachterstanden, een BKR-registratie en omzetverlies veroorzaakt door het afwijzingsbesluit. Het college wees dit verzoek in maart 2016 af wegens het ontbreken van een causaal verband tussen het besluit en de schade.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad overwoog dat appellant vanaf maart 2012 een inkomen had dat gelijk was aan de bijstandsnorm, waardoor een rechtmatig besluit naar aard en omvang dezelfde schade zou hebben veroorzaakt.
Daarom is niet aannemelijk dat de betalingsachterstanden en BKR-registratie het gevolg zijn van de afwijzing van de bijstandsaanvraag. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens het ontbreken van causaal verband tussen het besluit en de schade.