Uitspraak
19 1304 WW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving vanaf 16 december 2013 een WW-uitkering en toeslag, maar het UWV stelde na een intern onderzoek vast dat appellant in die periode werkzaam was als bestuurder van meerdere vennootschappen. Op grond hiervan werd de WW-uitkering met terugwerkende kracht ingetrokken en het teveel betaalde bedrag teruggevorderd.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij niet kon achterhalen wie de interne melding had gedaan en dat de bedrijven slapend waren. De rechtbank oordeelde echter dat het UWV voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant werkzaamheden verrichtte, en dat appellant zijn inlichtingenplicht niet was nagekomen.
In hoger beroep heeft appellant zijn standpunten herhaald, maar de Raad concludeert dat het UWV aan haar bewijslast heeft voldaan en appellant onvoldoende tegenbewijs heeft geleverd. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WW-uitkering en toeslag wegens werkzaamheden als bestuurder.