Uitspraak
19/4799 WIA
PROCESVERLOOP
mr. A.I. Damsma.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving een loongerelateerde WGA-uitkering en toeslag op grond van de Wet WIA en Toeslagenwet. Het UWV ontdekte dat appellant in verschillende periodes werkzaamheden had verricht en inkomsten had genoten die niet waren gemeld, waardoor hij te veel uitkering ontving.
Het UWV legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank oordeelde dat appellant verwijtbaar had gehandeld en matigde de boete tot 25% van het benadelingsbedrag. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel aan zijn inlichtingenplicht had voldaan en dat de boete onterecht was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. Appellant had niet aannemelijk gemaakt dat de schending verminderd verwijtbaar was en er waren geen bijzondere omstandigheden die matiging rechtvaardigden. De boete werd als passend en geboden beschouwd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De boete van € 2.014,70 wegens schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.