Uitspraak
21.442 WUBO
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak uit 2013 waarin zijn aanvraag voor toekenning van uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo) was afgewezen. De oorspronkelijke afwijzing was gebaseerd op onvoldoende bevestiging van het meemaken van beschietingen en internering tijdens de Bersiap-periode.
De Raad heeft onderzocht of er sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die aan de strenge voorwaarden van artikel 8:119 Awb Pro voldoen. Verzoeker stelde dat verklaringen van familieleden het schietincident aantonen, maar deze verklaringen waren al eerder beoordeeld en vormen daarom geen nieuw feit. Ook de aangevoerde gegevens over een militaire actie in Bindjai zijn niet relevant voor de specifieke beschieting van de trein waarin verzoeker zat.
De Raad concludeert dat het verzoek om herziening niet kan worden toegewezen omdat niet is voldaan aan de wettelijke criteria voor herziening. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het verzoek wordt derhalve afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van relevante nieuwe feiten of omstandigheden.