ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking WGA-uitkering op basis van feitelijk verrichte arbeid in functie rolleur
Betrokkene was coördinator onderhoud en viel uit wegens hand- en armklachten. Vanaf 1 augustus 2008 werkte hij als rolleur, waarbij het UWV zijn arbeidsongeschiktheid op 53,15% stelde. Later werd de WGA-uitkering ingetrokken omdat de arbeidsongeschiktheid op basis van de feitelijk verrichte arbeid was vastgesteld op minder dan 35%.
De rechtbank oordeelde dat het UWV niet had mogen uitgaan van de feitelijke arbeid op 30 maart 2009 omdat deze functie vanaf 1 juli 2009 niet meer beschikbaar was, en vernietigde het besluit. De Centrale Raad van Beroep stelt echter dat het UWV terecht is uitgegaan van de feitelijke arbeid, ook al was die functie later niet meer beschikbaar, omdat deze inkomsten representatief zijn voor de resterende verdiencapaciteit.
De Raad benadrukt dat het aangepaste Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten dit ondersteunt en dat het feit dat de functie zou vervallen geen verlies aan verdienvermogen betekent. De Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de WGA-uitkering per 15 december 2009.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de WGA-uitkering wordt ongegrond verklaard en de intrekking blijft in stand.