ECLI:NL:CRVB:2021:1884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding in WIA-uitkeringszaak
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV dat hij per 3 januari 2018 geen recht meer had op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na een ongegrond verklaard bezwaar stelde appellant beroep in bij de rechtbank Limburg, dat werd afgewezen. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
Het hoger beroep werd echter buiten de beroepstermijn ingediend. Appellant voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat de uitspraak van de rechtbank pas op 3 januari 2020 bij de toenmalige gemachtigde van appellant werd ontvangen, ondanks dat deze op 16 oktober 2019 was verzonden.
De Raad oordeelde dat de aangetekende brief correct was aangeboden en dat een afhaalbericht was achtergelaten bij het advocatenkantoor. Het niet ophalen van de brief is voor risico van appellant. Er was geen aannemelijk gemaakt feit dat het afhaalbericht niet was achtergelaten. Ook was geen navraag gedaan bij PostNL. Daarom werd de termijnoverschrijding niet verschoonbaar geacht en werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens een niet-verschoonbare termijnoverschrijding.