ECLI:NL:CRVB:2021:165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep op bevordering tot eerste luitenant zonder ervaringsvereiste
Appellant, werkzaam bij de Koninklijke Landmacht, werd na het volgen van een specifieke officiersopleiding voorgedragen voor benoeming tot tweede luitenant, met de verwachting van bevordering tot eerste luitenant. Hij voerde aan dat het ervaringsvereiste van twee jaar als tweede luitenant niet op hem van toepassing was en dat de functie die hij vervulde de rang van eerste luitenant toekende.
De rechtbank oordeelde dat het ervaringsvereiste uit artikel 24b, derde lid, aanhef en onder a, van het AMAR geldt en dat de vermelding van eerste luitenant bij de functiebeschrijving een fout betrof. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezeggingen of gedragingen van de overheid waren die een ander vertrouwen rechtvaardigden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat bevordering en functietoewijzing onlosmakelijk verbonden zijn, met uitzondering van specifieke gevallen zoals genoemd in het AMAR. Het ervaringsvereiste blijft gelden voor appellant, en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.