Uitspraak
Aangevallen uitspraak 1
9 februari 2012 heeft het Uwv geweigerd om appellant met ingang van 6 januari 2012 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen, omdat hij geschikt is voor zijn werk als beveiliger en ander passend werk. Appellant heeft tegen dit besluit geen bezwaar gemaakt.
22 december 2014, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 3 september 2015 (bestreden besluit 1), heeft het Uwv geweigerd appellant met ingang van 15 augustus 2012 een WIAuitkering toe te kennen, omdat de mogelijkheden van appellant om te werken niet minder zijn geworden. Appellant heeft tegen bestreden besluit 1 beroep ingesteld.
Aangevallen uitspraak 2 en 3
31 mei 1994, de achttiende verjaardag van appellant, tot het moment van rapporteren door de verzekeringsarts bezwaar en beroep op 9 november 2017. Het Uwv neemt het standpunt in dat vanaf 31 mei 1994 de beperkingen niet wezenlijk veranderd zijn en dat appellant met inachtneming van zijn beperkingen ongewijzigd geschikt is voor gangbare arbeid. Het Uwv heeft als voorbeelden hiervan functies geselecteerd die zowel geduid zijn in het kader van de Wet WIA als de AAW/Wajong 2010. De mate van arbeidsongeschiktheid van appellant in het kader van de Wet WIA is op de diverse data in geding berekend op minder dan 35% en in het kader van de AAW/Wajong 2010 op 0%. Omdat hij met een van geselecteerde functies als drempelfunctie (SBC-code 111190) het wettelijk minimumloon kan verdienen, komt hij ook niet in aanmerking voor een Indicatie banenafspraak. Appellant kan zich hiermee niet verenigen, in het bijzonder met de vaststelling van zijn beperkingen in de FML. Hij is het niet eens met de aangenomen beperkingen bij diverse items, die hierna zullen worden besproken.
Medische beoordeling in alle gedingen
20 maart 2018, de diagnoses paranoïde persoonlijkheidsstoornis en zeer lichte verstandelijke beperking gesteld. Op grond hiervan heeft zij in de rubrieken 1 en 2 van de FML alsnog beperkingen aangenomen bij de items 1.9.5 en 1.9.7 en diverse beperkingen in de sociale contacten in rubriek 2. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep moet bij appellant gesproken worden van een lager dan normale verstandelijke begaafdheid, wat past bij het gegeven dat hij MLK-onderwijs heeft gevolgd; scholing voor kinderen met een IQ tussen 70 en 85. Verder is duidelijk geworden dat appellant moeite heeft met het aangaan en onderhouden van sociale contacten. Naar aanleiding van de aangevoerde grond dat sprake is van een licht verstandelijke beperking, waarbij een IQ past van 50 tot 70, heeft zij er op gewezen dat in de door appellant overgelegde brief van 18 oktober 2017 van Maastricht UMC is beschreven dat aldaar appellant een uitgebreid neuropsychologisch onderzoek heeft ondergaan, waarbij een IQ van 76 is vastgesteld.
E.C. van der Eijk, medisch adviseur, overgelegd. Van der Eijk heeft op grond van dossierstudie geconcludeerd dat onvoldoende aandacht is besteed aan de mogelijke diagnose depressie en aan het mogelijk onderpresteren bij de psychologische test. Bij de beoordeling van de depressieve klachten is ten onrechte niet het verzekeringsgeneeskundig protocol depressieve stoornis (Protocol) gevolgd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in haar rapport van 18 december 2020 op het rapport van Van der Eijk gereageerd. In aanvulling op haar eerdere rapporten heeft zij er op gewezen dat appellant in de loop der jaren door diverse psychologen en psychiaters begeleid en beoordeeld is, maar dat nooit werd gesproken over een ernstig depressief beeld. De klachten konden goed verklaard worden door zijn reactie op voor hem stresserende situaties (aanpassingsstoornis). Verder was er volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep bij het onderzoek door psychiater Corsten, gezien de uitslag van de SIMS-test, aanwijzing voor simulatie maar niet meer dan een aanwijzing. Er is bij appellant psychische problematiek en daarmee is bij het opstellen van de FML in voldoende mate rekening mee gehouden.
Arbeidskundige beoordeling in het kader van de Wet WIA
Arbeidskundige beoordeling in het kader van de Wajong
Arbeidskundige beoordeling in het kader van een Indicatie Banenafspraak
Slotsom
Redelijke termijn
Proceskosten
- bevestigt aangevallen uitspraak 2 voor zover aangevochten;