ECLI:NL:CRVB:2021:148
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid WIA op 37%
Appellant, voormalig trailerchauffeur, werd per 14 april 2016 voor 37% arbeidsongeschikt verklaard en kreeg een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend door het UWV. Na bezwaar en beroep werd dit besluit door de rechtbank Overijssel bevestigd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn rugklachten en medicatiegebruik onvoldoende waren meegewogen, en dat de geduide functies medisch ongeschikt zouden zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek had verricht, waarbij de verzekeringsarts rekening hield met alle beschikbare medische informatie en beperkingen. De arbeidsdeskundige had functies geselecteerd die binnen de belastbaarheid van appellant vielen, mede door het gebruik van werkvoorzieningen zoals een zit-stahulp.
De Raad verwierp de stellingen van appellant dat de beperkingen zwaarder waren dan vastgesteld, omdat hij deze onvoldoende met objectieve medische gegevens onderbouwde. De functies bleken passend en de belastbaarheid werd niet overschreden. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant terecht is vastgesteld op 37%.