ECLI:NL:CRVB:2021:1454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim ambtenaar
Appellant was sinds 1987 werkzaam bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en kreeg in 2017 wegens ernstig plichtsverzuim een disciplinaire straf opgelegd in de vorm van voorwaardelijk ontslag. Dit ontslag volgde op herhaaldelijk ongepast gedrag, waaronder het sturen van beledigende WhatsApp-berichten, ongepaste telefonische contacten tijdens wachtdienst onder invloed van medicatie, en het benaderen van een ondernemer over privézaken ondanks eerdere disciplinaire maatregelen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen het besluit tot ontslag ongegrond en oordeelde dat het plichtsverzuim ernstig was en het voorwaardelijk ontslag met proeftijd en bijzondere voorwaarden proportioneel was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het plichtsverzuim niet vaststond en dat de straf disproportioneel was, maar de Raad onderschreef de eerdere overwegingen en wees het hoger beroep af.
De Raad benadrukte dat het alcoholprobleem van appellant geen verontschuldigende factor was en dat het belang van de werkgever bij gedragsverbetering zwaarder woog dan appellants belang. Ook het feit dat het voorwaardelijk ontslag inmiddels ten uitvoer is gelegd, deed niet af aan de rechtmatigheid van het besluit. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het voorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.