ECLI:NL:CRVB:2021:1396
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk bevestigd
Appellant was werkzaam als productiemedewerker en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV stelde na medisch onderzoek vast dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk en beëindigde de Ziektewetuitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, waarbij werd vastgesteld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellant voldoende in acht waren genomen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen waren toegenomen, onder meer door nachtdiensten en productiepieken. De Raad overwoog dat de laatst verrichte arbeid als maatgevende arbeid geldt en dat er geen aanwijzingen waren dat appellant nachtdiensten had verricht. Het medisch onderzoek was zorgvuldig en de beperkingen waren adequaat meegewogen. Nieuwe medische informatie werd niet overgelegd.
De Raad concludeerde dat appellant geschikt is voor zijn eigen werk, dat het werk routinematig en niet fysiek zwaar is, en dat de eerdere conclusies van de verzekeringsarts standhouden. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant is terecht beëindigd omdat hij geschikt is voor zijn eigen werk.