ECLI:NL:CRVB:2021:1384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herplaatsing ambtenaar politie afgewezen wegens onvoldoende aantonen werkzaamheden Senior GGP
Betrokkene was aangewezen als herplaatsingskandidaat binnen de politie en werd herplaatst in de functie van Generalist GGP, Vreemdelingen, salarisschaal 7. Zij vorderde plaatsing in de hogere functie Senior GGP, salarisschaal 8, en stelde dat zij gedurende de referteperiode van 1 juli 2013 tot 1 juli 2016 ononderbroken werkzaamheden had verricht die voldeden aan de niveaubepalende elementen van deze functie.
De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het besluit van de korpschef vernietigd, waarna zij werd geplaatst in de functie Senior GGP. De korpschef stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij ononderbroken werkzaamheden heeft verricht die afwijken van haar oorspronkelijke functie en die in overwegende mate voldoen aan de kern van de functie Senior GGP.
De Raad wees erop dat het Leer Ontwikkeltraject (LOT) waarin betrokkene werkzaam was tot 1 januari 2014 niet kan worden aangemerkt als het zelfstandig en onder eigen verantwoordelijkheid vervullen van de gevraagde functie. Ook de transponeringstabel bood geen grond voor toewijzing van haar verzoek. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Daarnaast werd een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure, waarbij de korpschef en de Staat elk € 500,- moesten betalen. De korpschef werd tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen haar herplaatsing in een lagere functie wordt ongegrond verklaard en zij ontvangt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.