ECLI:NL:CRVB:2021:1351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag plaatsing op hogere functie medewerker afdeling politie
Appellante, werkzaam als Assistent binnen een politieteam, heeft een aanvraag ingediend om te worden geplaatst in een hogere functie, namelijk Medewerker afdeling, salarisschaal 6. De korpschef heeft deze aanvraag afgewezen omdat de feitelijke werkzaamheden van appellante niet in overwegende mate voldoen aan de niveaubepalende elementen van de functie Medewerker. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd en appellante ging in hoger beroep.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat haar werkzaamheden wel degelijk voldoen aan het niveau van de functie Medewerker en dat zij ten onrechte niet wordt begeleid door een Generalist, wat volgens haar niet bepalend zou zijn. Tevens voerde zij een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan. De korpschef heeft toegelicht dat de organisatorische inrichting en functiematching binnen het politieteam ertoe leiden dat functies als Assistent en Medewerker onderscheiden blijven, mede door het ontbreken van een generalist in het team.
De Raad oordeelt dat de feitelijke werkzaamheden van appellante voornamelijk buiten het vakgebied van de functie Medewerker vallen en dat zij niet over de volle breedte van het vakgebied zelfstandig en op het vereiste niveau heeft gewerkt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt wegens gebrek aan concrete onderbouwing. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De aanvraag van appellante voor plaatsing in de functie Medewerker afdeling is terecht afgewezen.