ECLI:NL:CRVB:2021:1328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening nabestaandenuitkering afgewezen wegens onredelijke termijnoverschrijding
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 31 januari 2019, waarin haar aanvraag voor een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet was afgewezen. Dit verzoek volgde op eerdere afwijzingen, waaronder een eerdere herzieningsaanvraag in maart 2020.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:119 Awb Pro een herziening alleen mogelijk is bij nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Daarnaast geldt dat een verzoek om herziening in principe binnen één jaar na bekendwording van die nieuwe feiten of na openbaarmaking van de uitspraak moet worden ingediend, tenzij het gaat om een bestuurlijke boete.
In deze zaak zijn geen nieuwe feiten (nova) gesteld en is het verzoek meer dan een jaar na de uitspraak ingediend. Daarom is het verzoek onredelijk laat en moet het niet-ontvankelijk worden verklaard. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke termijnoverschrijding zonder nieuwe feiten.